ma 18 december 2017, 04:19 uur

Israël, de Koerden en Iran (ANALYSE)

Istanbul/Peter Edel (ANLYSE) – Het referendum in Noord-Irak, waar nu de conclusie aan verbonden kan worden dat de daar levende Koerden onafhankelijkheid wensen, stuitte vooraf op veel weerstand. Van de centrale regering in Bagdad, de buurlanden Turkije en Irak, tot de EU en de VS.

Het enige land dat zich onvoorwaardelijk en in alle openheid achter het Koerdische onafhankelijkheidsstreven plaatste was Israël. Tot grote blijdschap van veel Koerden, die in Erbil met Israëlische vlaggen zwaaiden. Historisch beschouwd kwam dat niet als een grote verrassing.

Barzani

Na de stichting van de staat Israël wisten de leiders van het nieuwe land zich geconfronteerd met een vijandige Arabische wereld. Dat inspireerde hen tot het aanknopen van betrekkingen met niet-Arabische volken in de regio. Met de Turken, maar ook met de Koerden in Irak.

Nadat de door Israël als vijandig beschouwde Baath-partij in 1968 aan de macht was gekomen in Irak, steunde de Israëlische regering de Koerdische opstand in het land. Hetzelfde jaar nog bezocht de Koerdische leider Moustafa Barzani – de vader van de huidige president Massoud Barzani – in het geheim naar Israël voor een ontmoeting met de Israëlische premier Golda Meir. In 1973 trok Moustafa Barzani nogmaals naar Israël.

De betrekkingen boden Israël voordelen, zoals belangrijke inlichtingen over onder andere Syrië. In ruil daarvoor kregen de Koerden humanitaire hulp. Israël hielp in 1968 met de aanleg van een veldhospitaal en leverde later lichte wapens en munitie. Ook volgden Koerden uit Irak een militaire opleiding in Israël.

Voor de Koerden vormde Israël een toegangspoort naar de rest van de wereld, vooral richting de VS. In 1975 raakte de relaties echter beschadigd, nadat Irak en Iran het Algiers-verdrag hadden getekend. Irak trachtte de Koerdische opstand uit die jaren daarmee te bedwingen. De Koerden voelden zich toen in de steek gelaten door Israël. Toch werden de banden nooit geheel verbroken en met de Irak-oorlog van 2003 werden ze stevig aangehaald. Vooral ook in economisch opzicht, want tegenwoordig betrekt Israël veel olie uit het gebied van de Koerdische regionale regering (KRG).

PKK

In Turkije knoopte Israël geen banden aan met Koerden zoals in Irak. Turkije werd al snel na het ontstaan van Israël een belangrijke strategische partner van de zionistische staat. Daarom ging Israël contacten uit de weg met de vijand van de Turkse staat die in de jaren zeventig met de PKK ontstond. Bovendien verbond de PKK zich aan twee gezworen vijanden van Israël: Syrië, dat PKK-oprichter Abdullah Öcalan onderdak zou bieden, en het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP). In 1982 vocht de PKK samen met het PFLP tegen de Israëlische bezettingsmacht in Libanon. Meer dan twintig PKK-leden werden daarbij gedood door Israëlische soldaten.

Naarmate het conflict tussen Turkije en de PKK in de jaren negentig een climax bereikte werden de betrekkingen tussen Ankara en Jeruzalem beter dan ooit. Onder die omstandigheden was Israël niet te beroerd om ervaringen met het onderdrukken van de Palestijnse intifada met Turkije te delen. Turkse militairen maakten daar dankbaar gebruik van in hun oorlog met de PKK.

Destijds kwam het tot een samenwerking tussen de Turkse ‘diepe staat’ en de Mossad. Deze Israëlische inlichtingendienst leverde wapens voor een onderneming van de diepe staat die tot de dood van de in Syrië verblijvende Öcalan moest leiden. Een paar jaar later wist de Turkse nationale inlichtingendienst MIT, in samenwerking met de Amerikaanse CIA, Öcalan in Kenia te arresteren. Woedende PKK-sympathisanten trokken naar de Israëlische ambassade in Berlijn, omdat ze meenden dat de Mossad ook bij de ontvoering van hun leider betrokken was. Een vergissing, de Mossad was daar waarschijnlijk zeker toe breid geweest, maar beging kort daarvoor een aantal blunders, waardoor de de CIA het verstandiger achtte de Israëliërs niet bij de ontvoering van Öcalan te betrekken. De PKK bleef er echter van overtuigd dat de Mossad een rol speelde bij de ontvoering van Öcalan.

AKP

Nadat de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) in 2002 aan de macht was gekomen bleef de verstandhouding tussen Turkije en Israël aanvankelijk goed, waardoor toenmalig premier Erdogan in 2005 op staatsbezoek kon gaan naar Israël.

De betrekkingen tussen beide landen kwamen in 2010 echter zwaar onder druk te staan naar aanleiding van het incident op het Turkse passagiersschip Mavi Marmara, dat deel uitmaakte van een vloot van activisten die hulpgoederen naar Gaza wilden brengen. Nadat Israëlische commando’s aan boord waren gegaan kwamen acht Turken (en een Amerikaan met een Turkse achtergrond) om het leven. Uit protest zette Turkije de Israëlische ambassadeur het land uit en verlaagde het de diplomatieke betrekkingen met Israël tot een minimaal niveau.

In Israël hadden deze ontwikkelingen niet alleen invloed op de perceptie van Turkije, maar ook van de vijanden daarvan. De Israëlische buitenlandminister Avigdor Liberman adviseerde om de PKK van wapens te voorzien. Premier Benjamin Netanyahu sprak dat tegen. Hij hield het op ‘een theoretische optie in het geval van escalatie.’ In een reactie liet de PKK weten sowieso geen wapens te zullen accepteren zolang Israël geen excuses aanbood voor het vermeende aandeel van de Mossad in de arrestatie van Öcalan.

Islamitische staat

We zien dus dat de PKK en de Barzani-clan in Irak decennialang totaal verschillend tegenover Israël stonden. In de aanloop tot het referendum veranderde echter iets. Dat de PKK zich daar positief over uitsprak leidde tot een wellicht schijnbare, maar toch in ieder geval zeldzame saamhorigheid tussen verschillende Koerdische fracties. Bovendien zorgde het er voor dat de PKK in ieder geval op een punt aansluiting vond bij Israël.

Eerder deze maand deed de Israëlische generaal Yair Golan van zich spreken toen hij zei de PKK niet als een terroristische organisatie te beschouwen. Hij zei het op persoonlijke titel, maar het hoge woord was er wel uit. Dat Netanyahu het vervolgens tegensprak maakte dan ook minder indruk. Bovendien verpakte de Israëlische premier zijn ontkenning in het verwijt aan Turkije Hamas niet als terroristische organsiatie aan te merken. Hoe dan ook, ondanks de woorden van Netanyahu kwam de uitspraak van Golan over als een indicatie voor de stemming in Israël over de PKK.

De connectie tussen Israël en de Koerden kent een in het oog springende tegenstelling in de vorm van de Islamitische Staat. De KRG bestrijdt die in Irak, terwijl de aan de PKK verbonden milities van de Koerdische Eenheidspartij (YPG/PYD) dat in Syrië doen. Voor Israël heeft de bestrijding van IS echter niet de hoogste prioriteit.

De zojuist genoemde Israëlische generaal Golan verklaarde in dezelfde toespraak waarin hij zei de PKK niet als terroristische organisatie te zien, dat hij zich bij de aanwezigheid van IS in Syrië neer kan leggen, maar niet bij Iran.

Golan is niet de enige die aldus redeneert. In 2016 verklaarde de Israëlische minister van Defensie Moshe Ya’alon ‘de voorkeur’ te geven aan IS boven Iran. Verder schreef de invloedrijke Israëlische publicist Efraim Inbar, eveneens vorig jaar, dat het westen IS beter niet totaal kan vernietigen, een mening die ook door Herzi Halevi, de chef van de Israëlische militaire inlichtingendienst, werd gedeeld.

Kortom, Israël schrijft een zekere mate van bruikbaarheid aan IS toe, terwijl het Iran bovenaan de lijst van vijanden plaatst.

Neocons

Netanyahu ook een groot tegenstander van de nucleaire overeenkomst die de voormalige Amerikaanse president Barack Obama met Iran sloot. Ondanks dat Iran zich volgens het Internationaal Atoom Agentschap aan de afspraken houdt, zou Netanyahu het liefst zien dat dit akkoord ontbonden wordt. Zodat de VS vervolgens hernieuwde druk op het land van de Ayatollahs kunnen opbouwen; het liefst militaire druk als het aan Netanyahu ligt.

Nadat Obama het Witte Huis verlaten had en vervangen werd door Donald Trump roken de medestanders van Netanyahu in de VS hun kans schoon om daar een lobby over te voeren. De voormalige CIA agent Philip Giraldi verbond daar in een geruchtmakend artikel de vrees aan dat de Israël-lobby de VS in een nieuwe oorlog mee wil sleuren (*).

De neocons wekken de indruk dat een oorlog tegen Iran een fluitje van een cent zou zijn. ‘Every ten years or so, the United States needs to pick up some small crappy little country and throw it against the wall, just to show the world we mean business’ zei Michael Ledeen van de zeer pro-Israëlische Foundation for Defense of Democracies vijftien jaar geleden.

Het is duidelijk waar het volgende doelwit uit bestaat voor de kringen waar Ledeen toe behoort, maar als hij denkt dat Iran een ‘small crappy little country’ is vergist hij zich deerlijk. Een oorlog tegen dat zwaarbewapende en door bergen omgeven land zal de VS aanmerkelijk zwaarder vallen dan de oorlogen in Afghanistan en Irak bij elkaar opgeteld.

Pion

Het Israëlische pleidooi voor Koerdische onafhankelijkheid heeft alles met Iran te maken. Het was niet zonder reden dat Netanyahu er zo veel ruchtbaarheid aan gaf. Israël had de Koerden ook op de achtergrond van dienst kunnen zijn, maar dan had hij geen boodschap af kunnen geven aan Teheran.

Israël ziet de Koerden als een pion tegen de invloed van Iran in Irak. Daarnaast rekent de zionistische staat er op dat de uitslag van het referendum het onafhankelijkheidsstreven van de Koerden in Iran zal stimuleren, met een destabliserend effect in dat land als gevolg.

Israël besloot echt niet tot steun aan de Koerden in Irak omdat het zo begaan is met hen. Goed, de banden met Barzani en zijn familie gaan ver terug, maar hoe zal er in Israël over gedacht worden dat hij aanpapte met de verguisde Erdogan? Israël zal geen kans laten lopen om een wig te drijven tussen Barzani en Erdogan, maar zoals gesteld gaat het de zionisten in de eerste plaats om Iran.

Palestijnen

Koerden die menen dat Israël bezorgd is om hun rechten laten zich misleiden. Bekommerde de Israëlische regering zich in de eerste plaats om rechten dan hadden de Palestijnen daar waarschijnlijk een stuk minder over te klagen. De decennialange onderdrukking en discriminatie van de Palestijnen door Israël zou de Koerden op zich al tot nadenken moeten stemmen over de machtsfactor die zich aan hun kant heeft geschaard.

Veel Koerden zeggen echter dat er geen andere keuze bestond dan de Israëlische steunbetuiging met open armen te ontvangen. De leidt tot de vraag in hoeverre zij op Israël kunnen rekenen wanneer het er op aankomt. Zullen de Israëlische strijdkrachten bijvoorbeeld te hulp schieten wanneer de al-Quad brigades van Iran of de Hashd al-Shaabi milities van Irak het Koerdische gebied binnen trekken?

Eigenlijk is dit geen vraag. De gedachte dat Israël een directe confrontatie met Iran zou riskeren om Koerden uit de brand te helpen is surrealistisch. Alle liefdevolle uitspraken van Netanyahu ten spijt zijn Koerden er voor hem om Israël te dienen en niet andersom. Zolang zionisten menen dat de VS er zijn om Israël te dienen mogen Koerden niet de illusie koesteren dat het voor hen anders ligt. Wie dat niet begrijpt ontgaat de aard van het zionisme.

Wapens

In Koerdische kringen doen geruchten de ronde over Israëlische F-16’s op de luchthaven van Erbil, maar bevestiging vinden die zeker niet. Is ook erg onwaarschijnlijk, want de Israëlische steun aan de Koerden mag dan een duidelijk strategische aspect kennen ten aanzien van Iran, maar is tegelijkertijd van zuiver politieke aard.

Over leverantie van wapens door Israël aan de KRG, zoals in de jaren zestig, heeft momenteel het dan ook niemand. Daar zal Israël niet voor voelen. Geavanceerde wapensystemen houdt men liever achter de hand voor wanneer die nodig zijn om het eigen land te verdedigen tegen Iran of de daaraan gelieerde Hezbollah in Libanon. Zelfs de leverantie van lichte wapens zit er onder de gegeven omstandigheden niet in. Al is het maar omdat de Israëliërs heel goed begrijpen dat veel van het eventueel geleverde wapentuig op de zwarte markt zal belanden.

‘Tweede Israël’

Ronduit rampzalig kan de associatie met Israël voor de Koerden in Irak worden wanneer de pro-Israëlische neocons de VS voor hun karretje weten te spannen en het tot een Amerikaanse oorlog tegen Iran komt. Tijdens het presidentschap van George W. Bush werd daar veel over gespeculeerd en soms leek het moment zelfs nabij, maar het gebeurde niet. Echter, Bush mocht als president dan knettergek zijn, maar vergeleken met Donald Trump was hij zelfs een rationele politicus. Onder Trump valt nu eenmaal niets uit te sluiten.

Komt het zover dan ligt het voor de hand dat het ‘tweede Israël’ zoals de KRG genoemd wordt, een primair doelwit wordt van Iran wordt wanneer het zich verdedigt tegen een Amerikaanse aanval. Zullen Koerden in Erbil die nu met Israëlische vlaggen zwaaien dan nog zo verheugd zijn over de steun van Israël?

(*) In het op de website The Unz verschenen artikel America’s Jews Are Driving America’s Wars van Giraldi verwijt hij pro-Israëlische elementen in neoconservatieve organisaties als de Foundation for Defense of Democracies, het Middle East Forum, het American Enterprise Institute, het American Israel Public Affairs Committe en het Washington Institute for Near East Policy, aan te sturen op een Amerikaanse oorlog tegen Iran. Nadat Giraldi’s voormalige collega, Valerie Plame – die overigens zelfs Joods is – een tweet over het artikel had gestuurd, droeg de pro-Israël lobby er zorg voor dat zij en Giraldi door de Amerikaanse media op een hoop werden gegooid met het nationaalsocialisme. Nu was de titel van Giraldi’s artikel niet de slimste keuze. Er zijn per slot van rekening ook veel Amerikaanse Joden die zich tegen het beleid van Israël keren. Aan de andere kant was Plame waarschijnlijk ook wel van antisemitisme beschuldigd als Giraldi zijn stuk een andere titel had gegeven. Overigens verhield de ophef over de tweet van Plame zich merkwaardig tot de door Jonathan Cook beschreven ‘affiniteit’ over en weer tussen tussen Netanyahu en de Amerikaanse Alt Right, die niet alleen gekenmerkt wordt door een afkeer van de islam, maar ook door een rabiaat antisemitisme. Willen de Koerden zich daarmee associëren?

Volg Peter Edel op Twitter

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (2012, Uitgeverij EPO, Antwerpen)



Laat als eerste een reactie achter!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laatste Video: Erdogan veroordeelt bloed...
Het laatste nieuws van Lokum.nl