ma 18 december 2017, 11:52 uur

Kanttekeningen bij een begrafenis

Veel bekende gezichten gisteren bij de plechtigheden rond de begrafenis van oud-premier Necmettin Erbakan. Wie zich in de ochtend langs Istanbuls zeeweg bevond, kon een mobiele karavaan met aan boord President Gül en Premier Erdogan, met gezwinde spoed in richting zien scheuren van de Fatih moskee, waar de ceremonie begon. Met zoveel beveiliging overigens dat Geert Wilders er opgewonden van was geraakt. Later behoorden Erdogan en Gül tot degenen die de kist met het stoffelijk overschot van Erbakan op de schouders namen. Het is de vraag hoe daar in Saylorsburg, Pennsylvania over gedacht werd. De aldaar woonachtige islamitisch prediker Fethullah Gülen, die alom beschouwd wordt als de stuwende kracht achter de AK-partij, stond niet bekend als een grote vriend van Erbakan.

Maar goed, Gül en Erdogan hadden moeilijk weg kunnen blijven. Al is het alleen maar omdat de Saadet Partisi van Erbakan en de AK-partij overeenkomstige roots hebben. Bovendien, zelfs de Turkse strijdkrachten gaven gisteren acte de presence en de betrekkingen tussen de militairen en Erbakan lag nog veel moeilijker. Zij waren het per slot van rekening die hem er in 1997 toe dwongen zijn ontslag in te dienen tijdens de zogenaamde ‘Postmoderne coup’.

Iemand die schitterde door afwezigheid was Generaal buiten dienst Cetin Dogan, een van de militairen achter de staatsgreep van 1997. Dogan had echter een geldig excuus, want hij resideert momenteel op kosten van de Turkse overheid in de Silivri-gevangenis. Hij verblijft daar op verdenking van betrokkenheid bij ‘Operatie Balyoz (voorhamer)’, een samenzwering die volgens de aanklagers in 2003 tot het einde van de AK-partij regering had moeten leiden.

Wel aanwezig was de voormalige minister en oud-politiechef Mehmet Agar. Die heeft in Turkije een weinig gezellige reputatie, aangezien hij betrokken was bij een bende binnen de overheid die in de jaren negentig dood en verderf zaaide onder Koerden in Zuidoost-Turkije. Om daarbij en passant de zakken te vullen met opbrengsten uit de handel in heroïne. Agar maakte tot november 1996 deel uit van de regering Erbakan. Die liet hij achter zich omdat hij zich niet kon verenigen met een reis van Erbakan naar Libië. En laten dat soort reisjes van Erbakan naar Arabische landen nu vaak genoemd zijn als reden waarom de militairen in 1997 van hem af wilden. Heel toevallig dus dat Agar zich kort daarvoor uit de voeten maakte. Werd hij misschien vooraf ingeseind over wat er een paar maanden later zou gebeuren? Je zou het bijna gaan denken. In ieder geval was het geen reden voor hem om gisteren thuis te blijven.

Ook Tansu Ciller was erbij. Deze voormalige minister in de voortijdig beëindigde regering van Erbakan was evenals Mehmet Agar betrokken bij de bende die zich in de jaren negentig verrijkte aan de heroïnehandel. Toen Erbakan later door de strijdkrachten naar huis werd gestuurd, kwam ook voor Ciller het einde. Gisteren trok ze de aandacht. Als een van de weinige aanwezige vrouwen, maar ook door haar witte hoofddoek. Alsof ze op die manier duidelijk wilde maken dat haar rol in de Turkse politiek nog niet is uitgespeeld. Wie weet. Ook Erbakan is immers verschillende malen uit de politiek verdwenen om er vervolgens weer terug te keren. Of een comeback van Ciller goed nieuws is voor Turkije, is echter een ander verhaal. Vrouwen zouden zeker voor een frisse wind kunnen zorgen in de Turkse politiek, maar dan liever dames van een andere garnituur dan Ciller.

(Peter Edel)



Laat als eerste een reactie achter!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laatste Video: Erdogan veroordeelt bloed...
Het laatste nieuws van Lokum.nl