di 26 september 2017, 11:15 uur

‘De minst bekende staatsgreep in Turkije’

Gisteren overleed oud-premier Necmettin Erbakan. Als hij het een dag langer had uitgehouden was zijn timing perfect geweest, want vandaag denkt Turkije terug aan 28 februari 1997, de dag waarop hij door militairen tot aftreden werd gedwongen. Aangezien er geen geweld aan te pas kwam, is deze machtsovername de geschiedenis ingegaan als de ‘postmoderne coup’. Aan de andere kant is het geweldloze karakter waarschijnlijk de reden waarom over de staatsgreep van 1997 nauwelijks iets bekend is buiten Turkije. Toch maakten de militairen vandaag op de kop af veertien jaar geleden wel degelijk een einde aan de regering van Erbakan.

In de jaren negentig werd Necmettin Erbakan de centrale figuur van de islamitische politiek in Turkije. Daardoor hadden de militairen, die zich traditioneel als de beschermers van het Turkse secularisme beschouwen, weinig met hem op. Zeker niet toen hij in 1995 ook nog eens premier werd over een coalitie met de Partij van het rechte pad (DYP) van Tansu Ciller. De betrokkenheid van de seculiere Ciller zorgde er weliswaar voor dat de militairen zich aanvankelijk koest hielden, maar er was niet veel voor nodig om de situatie tot ontploffing te brengen.

De aanleiding volgde in Sincan, toen het bestuur van die stad besloot een solidariteitsbijeenkomst met het Palestijnse volk te organiseren. Een tamelijk hysterische toespraak van de ambassadeur van Iran in Turkije, schoot de bepaald niet anti-Israëlische generaals in het verkeerde keelgat. Als gevolg reden op 4 februari 1997 de tanks door de straten van Sincan. Een ‘corrigerende maatregel die de balans in de democratie moest herstellen’ volgens Generaal Civik Bir. Hij behoorde naast Cetin Dogan (tegenwoordig hoofdverdachte in verband met ‘Operatie Balyoz’) en Teoman Koman tot de militaire leiders die korte tijd later hun grieven kenbaar maakten aan de regering over het politieke gezicht dat de islam in Turkije met Erbakan had gekregen.

De regering kreeg een aantal eisen voorgelegd. Zoals een beperking van de religieuze invloed op de overheid en het onderwijs. Erbakan nam dit ‘memorandum’ in ontvangst, maar deed er niets mee. Dit zeer tegen de zin van de generaals, die hun eerdere ‘adviezen’ korte tijd later wederom op tafel legden. Nu alleen voorzien van aanmerkelijk meer dwang. De situatie werd onhoudbaar voor Erbakan en op 28 juni gooide hij de handdoek in de ring door zijn ontslag in te dienen. Daarmee was de Postmoderne coup van 1997 een feit. Er is wel gezegd dat het voornemen van Erbakan om zich op de Arabische landen in het Midden-Oosten te oriënteren, de beweegreden was van de militairen om hem naar huis te sturen. Erbakan verklaarde in 2010 zelfs dat de militairen met het memorandum van 1997 gevolg gaven aan plannen die in Israël waren bekokstoofd. Vast staat dat Erbakan eerder niet alleen kritiek had op Israël, maar dat hij ook talloze antisemitische standpunten huldigde.

Er zijn echter ook andere theorieën geopperd. Er is er zelfs een waarin de VS achter de Postmoderne coup van 1997 schuilgingen. In die lezing was niet zo zeer Erbakan het doelwit, maar Tansu Ciller. De Amerikanen zouden genoeg van haar hebben gekregen nadat bij een auto-ongeluk in het plaatsje Susurluk de banden van de Turkse overheid met extreem-rechts en de georganiseerde misdaad erg nadrukkelijk aan het daglicht waren gekomen. Met de Postmoderne coup van 1997 was in ieder geval niet alleen de rol van Erbakan uitgespeeld in de Turkse politiek, maar ook die van Ciller. Erbakan wist uiteindelijk in 2010 terug te keren als leider van de Saadet Partisi (SP). Een comeback van Ciller is vooralsnog niet aan de orde gekomen, hoewel zoiets in Turkije nooit helemaal kan worden uitgesloten.

(Peter Edel)



Laat als eerste een reactie achter!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laatste Video: Erdogan veroordeelt bloed...
Het laatste nieuws van Lokum.nl